Introductiefilm e-CertNL

  • Download deze video

  • Uitgeschreven tekst

    Met een waarde van zo’n 75 miljard euro is de agrarische sector goed voor zo’n 17% van de Nederlandse export van goederen. Hiermee zijn we na de Verenigde Staten de grootste exporteur van agrische producten ter wereld.

    Bekende producten zijn bloemen en planten, groenten en fruit, zuivel, vis, vlees en veevoeders.
    Maar Nederland loopt ook voorop bij de high tech kant van agroproducten, zoals in de sector zaaizaden en de veredeling hiervan.

    Het grootste deel van onze export gaat naar landen in de buurt, waarmee in Europees verband afspraken gemaakt zijn over kwaliteit en veiligheid. Voor zendingen naar landen buiten de EU zijn allerlei documenten nodig. Documenten die de overheid van de importerende landen zekerheden bieden over kwaliteit, oorsprong en veiligheid. Eén van de benodigde documenten is het exportcertificaat.

    Freek van Zoeren: Als een land bepaalde eisen stelt dan moeten wij vertellen, als competente autoriteit dat de zending die eraan komt voldoet aan de eisen die het desbetreffende land stelt.

    Jan Meijer: Dat is ook begrijpelijk dat zo’n ontvangend land eisen wil kunnen stellen zodat de gezondheid van zijn eigen burgers, dieren en planten is gewaarborgd.

    Ben Ensink: Voor sommige landen kan je volstaan met, zeg maar, een administratieve afhandeling door een certificaat te maken en dat bij het land van bestemming te overhandigen. Andere landen eisen dat er ook fysiek controle plaatsvindt op de producten en dan moet er een controleur langskomen van de KCB, het kwaliteitsbureau en dat gaat vervolgens de zending echt inspecteren op allerlei beesten of ziektes of dat soort dingen.

    Joost van Wijk: Nu ontvangen derde landen nog papieren certificaten met een stempel en een handtekening daarop. We zijn nu bezig met een traject waarbij certificaten worden omgezet in elektronische berichten.

    Dat overschakelen van papieren naar electronische certificaten werd in 2005 in gang gezet in het programma CLIENT.

    Jan Meijer: We wilden eigenlijk twee doelen tegelijkertijd realiseren in samenhang met elkaar. De ene is vermindering van de lastendruk voor het bedrijfsleven en tegelijkertijd de kwaliteit van het toezichtproces optimaliseren. Dus twee dingen in samenhang.

    En er zijn méér voordelen bij een electronische versie van het exportcertificaat.
    Een aantal sectoren zoals snijbloemen of groenten en fruit, hebben te maken met korte doorlooptijden. Van order tot transport neemt soms maar enkele uren in beslag. Hoe minder tijd men dan kwijt is met met papieren en stempels, hoe beter.

    Er is minder kans op fouten doordat certificaten rechtsreeks vanuit het eigen bedrijfssysteem kunnen worden aangevraagd, en er hoeven dus geen gegevens dubbel te worden ingevoerd.

    Peter Verbaas: Dus de eenduidigheid van de documenten naar derde landen is enorm toegenomen. Foutkans is bijna nul.

    Berend Meijerink: En dat betekent dat vandaag de dag dit nog geen minuut kost, zal ik maar zeggen, om die hele aanvraag in te dienen.

    Er is ook minder kans op fraude, omdat de documenten niet met een zending meereizen, maar rechtsreeks van overheid naar overheid verstuurd worden.

    En tot slot was er een groot voordeel te behalen door gebruik te gaan maken van allerlei kwaliteitssystemen en –controles die al door de bedrijven en sectorinstituten werden uitgevoerd.
    Immers, voor een eis waar al een zekerheid tegenover staat, hoeven geen extra inspecties te worden uitgevoerd. Zo werd bijvoorbeeld het Identificatie en Registratiesysteem gekoppeld, zodat bij de export van levende runderen geen runderpaspoort meer hoeft te worden geïnspecteerd.

    Ook de zuivelsector heeft haar database met bestaande kwaliteitscontroles beschikbaar gemaakt aan CLIENT.

    Jan Maarten Vrij: Wij hadden die zekerheden al via het COKZ het centraal orgaan voor kwaliteit in de zuivel. Dat is een kwaliteitscontrole-organisatie een onafhankelijke organisatie die al lang in de zuivel bestond en die zorgde voor die zekerheden. Die zitten in een database. Die is onderdeel van CLIENT Export. En bij elke aanvraag voor een exportcertificaat wordt die database geraadpleegd en wordt gekeken of die partij voldoet aan alle eisen.

    Jan Meijer: Een tamelijk grootschalige operatie. Het gaat over veel sectoren met allemaal verschillende producten en verschillende eisen van heel veel landen en daar zijn grote zakelijke belangen mee gemoeid. Daar wil je geen risico’s mee lopen dus dat hebben we stap voor stap gedaan, sector voor sector.

    Bovendien is er direct internationale samenwerking gezocht met partners als de Europese Unie, de Wereld Douane Organisatie en de Verenigde Naties.

    Benno Slot: Nederland heeft in beginsel heel veel energie gestopt in een werkgroep van de Verenigde Naties om het bericht te standaardiseren en het uitwisselingsmechanisme. Dat is afgerond.

    Om nu te komen tot een systeem dat gedeeltelijk generiek is, maar ook rekening houdt met sector-specifieke eisen, werd gestart met een informatie analyse. Van 6 sectoren werden de bedrijfsprocessen tegen het licht gehouden en zo ontstond een beeld van de overlap en verschillen tussen de sectoren.

    Patrick Laenen: Het voordeel daarvan is dat je een doordachte en scherpe benadering krijgt een hernieuwde inrichting van die bedrijfsprocessen zonder dat je daarbij gehinderd wordt door historisch gegroeide werkwijzen en werkwijzen die vaak op papier gebaseerd zijn.

    Er werd ook een analyse gemaakt van alle gegevens die tijdens het exportproces aan verschillende instanties moeten worden geleverd. Door slimmer te gaan combineren kon het aantal gegevens dat bedrijven moeten verzamelen drastisch worden ingeperkt.

    Frederik Heijink: Die werkgroep is een paar maanden bijeen geweest en die heeft die totale gegevensset van 1.200 elementen terug weten te brengen naar 200. Dat is natuurlijk een enorme winst en voor het bedrijfsleven ook een enorme vereenvoudiging voor de gegevens die aangeleverd moeten worden.

    Uiteraard moest tegelijk met de ontwikkeling van het Nederlandse deel van Cliënt Export worden samengewerkt met andere landen om de certificaten ook te kunnen ontvangen en verwerken.

    Nico Horn: Het is belangrijker om harmonisatie te hebben wereldwijd dan dat precies onze werkwijze gevolgd wordt.

    Inmiddels is het programma in de meeste sectoren in gebruik en is het aantal landen waarmee electronisch kan worden uitgewisseld sterk toegenomen. Als deze trend doorzet, zijn we dan binnenkort in staat om papierloos te certificeren?

    Benno Slot: Dat is ingewikkelder dan het lijkt want je zou zeggen: Laat het papiertje weg, dan heb je papierloos. Maar je moet nog wel wat afspraken maken over wat vervangt het dan. En met name de onweerlegbaarheid van elektronische informatie is dan een belangrijk item. Dus we hebben ingezet op een gesigneerd bericht waarbij dus echt een elektronische handtekening direct van de competente autoriteit bevestigt dat de informatie zonder discussie, van ons afkomstig is.

    Het aanleveren en verwerken van de exportgegevens biedt tot slot ook een perspectief op verdere integratie van dienstverlening door de overheid.

    Jan Maarten Vrij: Bijvoorbeeld bij de Kamer van Koophandel een certificaat van oorsprong. Daar moeten dus min of meer dezelfde gegevens voor worden ingevoerd als voor het veterinaire certificaat. En waarom kunnen we dat dan niet in één keer doen? Een exporteur moet ook bij de douane een aangifte ten uitvoer doen. Daar moet hij ook weer dezelfde gegevens, en meer, invoeren en uiteindelijk zou je ook daar moeten proberen dezelfde gegevens maar één keer in te voeren.

    Benno Slot: Dat is exact waar we nu voor staan. Voor de toekomstige ontwikkeling hebben we twee sporen. Internationaal papierloos en voor het nationale systeem maximaal hergebruik maken van beschikbare informatie.

    Peter Verbaas: Wij geloven er absoluut in dat CLIENT Export de weg vooruit is en we kijken uit naar de volgende stap.

E-CertNL is het Nederlandse systeem voor de aanvraag en afgifte van (electronische) exportcertificaten, voor levensmiddelen en de veterinaire en fytosanitaire sectoren. Het betreft exportcertificaten voor producten die Nederland verlaten en geëxporteerd worden naar landen buiten Europa, ook wel ‘derde landen’ genoemd. Daarnaast ondersteunt CLIENT de nationale en intracommunautaire handel van mest.

Die certificaten garanderen de overheid van het importerende land dat aan de eisen die zo’n land stelt, is voldaan. Die eisen verschillen per product en land, en de NVWA houdt hiervan overzichten bij.

E-CertNL is onderdeel van een netwerk van nationale e-Cert-systemen waarmee overheden electronisch communiceren over eisen, zekerheden en garanties. Dit gebeurt via beveiligde internet-verbindingen, zodat de ontvangende overheid zeker weet dat de informatie afkomstig is van de exporterende overheid. Die communicatie verloopt via protocollen die zijn afgesproken in internationaal verband, onder meer via IPPC, UN/Cefact en UNCTAD. Daarnaast is intensief samengewerkt met de Europese Unie, de Wereld Douane Organisatie en de Verenigde
Naties.