Governance e-CertNL

Inhoudsopgave

Doelstelling

Import, Export en Intracommunautaire handel
agrosector

Waardecreatie

Organisatie

Continuïteitsmanagement

Relaties

Financiën

Communicatie

Bijlage: Overzicht functies

Doelstelling

Totstandkoming e-CertNL

In 2000 is het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) gestart met het programma CLIENT. CLIENT is een afkorting voor “Controle van Landbouwgoederen bij Import en Export naar een Nieuwe Toekomst.
In de eerste jaren, vanaf 2001, stond het CLIENT programma in het teken van het optimaliseren van de administratieve en logistieke processen rondom de import van agrarische producten, vanaf 2004 lag de focus op de optimalisatie van toezicht en administratie van de export van agrarische producten vanuit Nederland naar landen buiten de EU.

De toenmalige werkwijze bij exportcertificering werd door LNV, toezichthouders en bedrijfsleven als niet optimaal ervaren. De historisch gegroeide werkwijze kenmerkte zich door:

  • Dubbel vastleggen van gegevens binnen verschillende overheidsorganisaties (ook binnen voormalig ministerie van LNV).
  • Ontbreken van uniforme gegevensdefinities.
  • Op papier geënte werkwijze die optimalisatie door de inzet van nieuwe ICT in de weg stond.
  • Verkokerde uitvoering, hetgeen bij het bedrijfsleven het “kastje-muur”-gevoel opriep.
  • Niet uniforme toepassing van de eisen die derde landen stellen en de manier waarop getoetst werd of aan die eisen werd voldaan.

Het ministerie van LNV en het bedrijfsleven hebben toen de handen ineen geslagen om gezamenlijk te komen tot een betere dienstverlening rondom export en importcertifi-
cering voor bedrijfsleven en effectiever toezicht voor de toezichthouders. Later is het organiseren van de admini-
stratie rondom mesttransporten ingevoegd om maximaal voordeel te behalen uit hergebruik van de inmiddels beproefde werkwijzen en technieken.

Met de afronding van het CLIENT programma beschikken de NVWA, NAK, Naktuinbouw, KCB, BKD, COKZ, RVO en de sectoren over een nieuwe werkwijze die:

  • Hergebruik van reeds bestaande digitale informatie sterk stimuleert,
  • Het aanvraag-, behandel- en afgifte proces daar waar mogelijk digitaal ondersteunt,
  • Meer transparant is in de uitvoering,
  • Eisen, dekkingen en toetsing daarop op uniforme wijze toepast.

Vanwege spraakverwarringen over het woord CLIENT in diverse omgevingen is in 2015 besloten de naamgeving beter aan te laten sluiten bij de functionaliteit van de opgeleverde systemen: e-CertNL. e-CertNL is het gehele conglomeraat van informatievoorzieningen ten behoeve van import en export van landbouwgoederen en mest.

Illustratie van naamsverandering op een beeldscherm.

Digitale export- en importcertificering

In sommige gevallen – onder meer bij de export van Zuivel Humane Consumptie, Groente & Fruit en import van Snijbloemen en Groente & Fruit – verloopt het aanvraag- en behandelproces vrijwel volledig geautomatiseerd. Bij import worden de aangiftegegevens gezamenlijk met de Douane ingewonnen en na beoordeling de beslissing geautomatiseerd teruggekoppeld aan bedrijven en douane. Gedurende het proces worden status updates naar de bedrijven gecommuniceerd voor maximale transparantie ten behoeve van de logistiek. Daarnaast ondersteunt e-CertNL de onafhankelijke monstername mest, de mesttransporten en ondersteunende registraties.

Met e-CertNL is de toekomst voor volledige digitale export- en importcertificering een stevige stap dichterbij gekomen, hetgeen de kwaliteit en betrouwbaarheid verhoogt van de certificaten en de efficiëntie van de dienstverlening van de gezamenlijke toezichthouders. e-CertNL is daarmee voor heel veel organisaties/ bedrijven een bedrijfskritische en tijdkritische ketentoepassing.

Doelstelling e-CertNL

Om e-CertNL stabiel te exploiteren is het niet alleen van belang het aanbod in ICT te managen, maar de grote uitdaging is de aansluiting tussen de informatievoorziening en de bedrijfsprocessen te managen. e-CertNL is daarin niet uniek, maar het bedrijfsproces is wel meer dynamisch, meer complex en daardoor met meer risico’s. Voor een duurzame exploitatie is het noodzaak om proces, systemen en de facilitaire organisatie optimaal met elkaar te verbinden.

Bij ‘verbinden’ gaat het om fundamentele samenhang en niet om ‘de knip’ tussen systemen, processen of organisatie. Essentieel is waar zaken elkaar raken, hoe ze elkaar beïnvloeden, dus hoe ze samenhangen. Zonder verbinding vallen ze uit elkaar. Dat betekent dat de e-CertNL beheerorganisatie de mogelijkheid moet bieden om die wezenlijke verbinding met de omgeving te maken; dat e-CertNL dienstverlenend is aan de missie en doelen van de NVWA, de medetoezichthouders en het bedrijfsleven en dus optimaal verbonden is met de organisatieprocessen van de gebruikers binnen en buiten de NVWA. Om hier invulling aan te geven is het beheer van alle ondersteunende ICT-toepassingen ten behoeve van de agrologistiek binnen de NVWA centraal georganiseerd onder de manager e-CertNL.

Continu optimaliseren van administratieve processen ten behoeve van export, import en mesttransporten op juistheid, tijdigheid en efficiëntie voor een effectievere handhaving en een efficiëntere agrologistiek.

e-CertNL is geen doel op zich, maar staat ten dienste van verbeterd toezicht en vermindering van administratieve en financiële lasten voor het internationaal handelend agrarisch bedrijfsleven en de mestsector. Omdat het beheer en de doorontwikkeling door het exporterend bedrijfsleven door een additionele opslag wordt gefinancierd en het exporterend bedrijfsleven directe sturing uit oefent op de doorontwikkeling, is er sprake van een Publiek-Privaat Partnership (PPP). De algehele dagelijkse besturing van e-CertNL is belegd bij de Beheerorganisatie e-CertNL, deze wordt gehost door de NVWA.

De Beheerorganisatie streeft naar invulling van vijf belangrijke kenmerken:

  • Transparant: weet duidelijk inzicht te geven in strategie, procedures, bestedingen en outcomes,
  • Adaptief: past zich aan de wensen en eisen van de gebruikers aan,
  • Effectief: weet de gewenste effecten te bereiken,
  • Efficiënt: gebruikt zo weinig mogelijk middelen om de gewenste effecten te bereiken,
  • Accountable: neemt verantwoordelijkheid en legt rekenschap af.
Inhoudsopgave

Import, Export en Intracommunautaire handel
agrosector

De op één na grootste landbouwexporteur

Nederland is al vele jaren een belangrijke wereldspeler in de agribusiness. Bij landbouwgoederen gaat het enerzijds om primaire agrarische producten, zoals varkens, appels, bloemen, bloembollen en tomaten, en anderzijds om verwerkte (secundaire) producten, zoals kaas, frites, chocolade of bewerkingen van groente en fruit. Nederland is de op één na grootste landbouwexporteur; in export moet het de Verenigde Staten voor laten gaan, in netto-export (export minus import) Brazilië en Argentinië. De Nederlandse landbouwexport omvat bovengemiddeld veel goederen van Nederlandse makelij (bijna 73%) in vergelijking met het gehele goederenpakket van Nederland (ruim 55%). De export van landbouwgoederen wordt voor 2018 geraamd op 90,3 miljard euro, en import op 61,4 miljard euro. Door de iets sterker groeiende landbouwimport in vergelijking met de landbouwexport komt het landbouwhandelsoverschot iets lager uit dan in 2017: van 28,9 naar 28,8 miljard euro.
Bron: De Nederlandse landbouwexport 2018 in breder perspectief, Wageningen University & Research, januari 2019.

Bron: De Nederlandse landbouwexport 2018 in breder perspectief, Wageningen University & Research, januari 2019.

Nederland heeft deze positie onder meer te danken aan een goede logistiek, IT infrastructuur en een goed werkende Publiek Private samenwerking op het vlak van import, invoer, doorvoer, uitvoer en export van landbouwgoederen. Om te borgen dat Nederland deze positie in de toekomst behoud is het van belang om de ontwikkelingen in beeld te hebben en daar strategisch op in te spelen. De NVWA en de medetoezichthouders vormen hierin vanuit hun toezichthoudende rol een belangrijke schakel.

Nederland is een mondiale draaischijf voor landbouwgoederen. Als onderdeel hiervan speelt e-CertNL een belangrijke rol bij het afstemmen van relevante import-, export- en Douane processen. Alle aanvragen van een exportinspectie verloopt via e-CertNL. Maar ook bij import vervult e-CertNL een belangrijke rol. In het kader van de nieuwe Europese controleverordening (OCR, EU 2017/625) en Plant Health Regulation (PHR, EU 2016/2031) bijvoorbeeld wordt de gegevensuitwisseling voor importzendingen tussen de nationale (NVWA-) importsystemen VGC en CLI en het EU systeem IMSOC via het e-CertNL platform gerealiseerd. Voor de toekomst is digitalisering het sleutelwoord. Niet alleen het afgeven van elektronische certificaten, ook het elektronisch inspecteren (door middel van een Virtual Inspector) zijn voorbeelden van ontwikkelingen waarmee e-certNL een bijdrage wil leveren aan het digitaliseren van de import- en exportprocessen in de keten.

Ten behoeve van de import, export en intracommunautaire handel heeft e-CertNL haar werkterrein onderverdeeld in de volgende gebieden:

  • Fytosanitair producten: planten, snijbloemen bloembollen, wortelknollen en groenten en fruit.
  • Veterinaire producten: levende dieren (zoals paarden, eendagskuikens en siervissen) en producten van dierlijke oorsprong (zoals vlees, vis, wild, en diervoeder).
  • Levensmiddelen en Consumentenproducten: levensmiddelen zonder dierlijke producten, diervoeding die alleen uit plantaardige producten bestaat en consumentenproducten.
  • Mest: mestimport uit met name België en uitvoer naar de Duitse deelstaten Nordrijn Westfalen en Nedersaksen.

Voor elk werkterrein is door de Manager e-CertNL, tevens Chief Product Owner (CPO), een Product Owner (PO) aangesteld om de visie, samen met de CPO voor het betreffende gebied opgesteld, te realiseren. De belangrijkste taak van een Product Owner is het vertegenwoordigen van het klantbelang, het vertegenwoordigen van de belangen van de stakeholders binnen zijn of haar werkterrein.

De Chief Product Owner is inhoudelijk eindverantwoordelijk voor de algehele strategie, scope, samenhang en vernieuwing van e-CertNL. Met deze werkwijze en dit instrumentarium loopt Nederland technisch en bestuurlijk mondiaal voorop.

Fytosanitair

De focus voor fytosanitaire import en export zal zich op de volgende zaken richten:

  • (her)Gebruik van MSW (Maritime Single Window) informatie rondom aanlanding en zendingsinformatie voor betere handhaving, planning en inzet inspecteurs.
  • Onderzoeken hoe het fytosanitaire importsysteem gemoderniseerd kan worden, waar mogelijk in samenhang met veterinair en met export.
  • Het gebruik van het Europese systeem IMSOC, waaraan het nationale importsysteem voor fytosanitair gekoppeld zal zijn voor het leveren en ontvangen van importinformatie.
  • Harmonisatie van berichtspecificaties op basis van het WDO (Wereld Douane Organisatie) datamodel.
  • Het gebruik van elektronische fytosanitaire certificaten uitbreiden voor automatische document controle middels de Virtual Inspector ten behoeve van effectievere en efficiëntere handhaving.
  • Onderzoeken mogelijkheden modernisering importberichten die nu gebaseerd zijn op aanleveringen per e-mail.
  • Huidige importberichtenset uitbreiden met een wijzigings- en planningsbericht waardoor er eerder en beter gehandhaafd kan worden.
  • Blijvende intensivering van informatie-uitwisseling met de Douane.

Veterinair

De Product Owner Veterinair zal met de onderstaande visie zich richten op de veterinaire processen binnen e-CertNL:

  • Dematerialiseren van het import en export proces. Er zal een herziening van het huidige importsysteem plaatsvinden en worden gewerkt aan een toekomstbestendige opvolger. Bij export zal de demateralisering zich vooral richten op het wegnemen van de papieren zoals die nu veelzijdig worden gebruikt in het bedrijfsleven en bij de toezichthouders. Waar nodig zal onderzocht worden waar de digitale koppelingen gemaakt kunnen worden.
  • Door de digitalisering van import en export zal meer inzicht komen in de huidige procesvoortgang waardoor efficiënter en effectiever samengewerkt kan worden tussen het bedrijfsleven, douane en andere de overheids- diensten. Met als gevolg dat er meer transparantie is over de werkelijke importdatum en tijd, van bijvoorbeeld huisdieren. En met als gevolg dat er daarop beter geanticipeerd kan worden voor bijvoorbeeld het inplannen van toezichthouders en wordt de import/export proces voorspelbaarder.
  • Om de demateralisering goed en efficiënt uit de kunnen voeren is een goede aansluitingen met de EU nodig. Door een betere koppeling zal Europese referentiedata beschikbaar komen aan de voorkant van het systeem en zullen mogelijk het aantal systeemfouten afnemen.

Levensmiddelen en Consumentenproducten

De NVWA controleert bij de punten van binnenkomst (havens, vliegvelden), dat er geen onveilige Levensmiddelen en Consumentproducten de Europese Unie en Nederland in komen, in samenwerking met de Douane. Daarnaast kent de NVWA een traditie van het afgeven van verklaringen voor Levensmiddelen en Consumentenproducten ten behoeve van de export. De NVWA controleert:

  • Levensmiddelen zonder dierlijke producten zoals groenten, fruit, gedroogde vruchten, specerijen, noten, zaden, granen en de producten daarvan;
  • Diervoeding die alleen uit plantaardige producten bestaat;
  • Consumentenproducten zoals houten speelgoed, pluche beesten, verlichting, elektrische apparaten, aanstekers, cosmetica et cetera.

Ontwikkelingen binnen het domein zijn:

  • Harmonisatie van de Verklaringsteksten in de Exportverklaringen
  • Elektronische Documenten Controle
  • Enkele derde landen geven aan dat zij op termijn ook voor Levensmiddelen Certificaten / Verklaringen willen gaan vragen, bijvoorbeeld via Guidelines of via de WTO
  • Een aantal landen, waaronder China en USA gaan stringentere eisen stellen aan niet-veterinaire, laag-risico levensmiddelen welke door landen als Nederland geëxporteerd worden en aldaar ingevoerd worden.
  • Het gebruik van het Europese systeem IMSOC, waaraan het nationale importsysteem gekoppeld zal zijn voor het leveren en ontvangen van import informatie.

Mest

De NVWA mest import en -export richt zich op de volgende punten:

  • Inrichten mest-importsysteem met online validatie van aanvraaggegevens en directe melding richting handhaving.
  • Verder inrichten van de onafhankelijke monstername inclusief online validatie en directe melding richting handhaving.
  • Inrichten van directe koppeling en verificatie tussen e-CertNL mest-exportsysteem en de systemen van omliggende lidstaten. Uitwisseling adressen, GPS locatie van laden en lossen.
  • Koppelen van de export systemen van omliggende lidstaten aan de Nederlandse mest -import systeem.
  • Elektronische uitwisselen van de toestemmingen voor import/export van onverwerkte mest met omliggende lidstaten.
  • Inzet is directe validatie van gegevens en notificatie richting de controle en handhavingsorganisatie. Door directe validatie kan het gebruik van correcte gegevens in keten worden afgedwongen en door directe notificatie wordt een verbeterde gerichte handhaving mogelijk gemaakt en kan een real-time digitaal toezicht en monitoringssysteem worden ingericht.
Inhoudsopgave

Waardecreatie

Continue verandering

De NVWA heeft in het verleden BiSL als model gekozen voor de inrichting van Functioneel Beheer en Informatie-
management. Echter, dit is aan verandering onderhevig. In samenwerking met DICTU heeft e-CertNL sinds 2017 een DevOps team, een multidisciplinair team dat volledig verantwoordelijk is voor de instandhouding van e-CertNL, zowel voor het beheer als het continue ontwikkelen van e-CertNL voor export/ import. Development en Operations (DevOps) in één team gericht op snelheid en daadkracht.

In kortcyclische iteraties worden wijzigingen doorgevoerd die in principe tot in Productie doorgevoerd kunnen worden. De focus ligt hierbij op het constant opleveren van waardevolle software, geprioriteerd door of namens de business. Op termijn zal dit leiden tot een “softwarefabriek” (Software as a Service) waarin in plaats van het oude op waterval gebaseerde methodiek, een op het moderne Agile/ Scrum geschoeide software ontwikkelmethodiek wordt gehanteerd waarbij geïntegreerde tooling het mogelijk maakt om ideeën zo snel en efficiënt mogelijk in productie te krijgen (continuous deployment).

De omslag naar deze nieuwe manier van (samen)werken vergt enige tijd tot implementatie, zo’n 1 tot 2 jaar, omdat gewerkt moet worden aan alle randvoorwaarden qua cultuur, performance, organisatie, processen en tooling.

Diagram met de keten, applicaties en infrastuctuur.

Vernieuwing

Er zijn Product Owners aangesteld voor ieder van de vier werkterreinen van e-CertNL, waarbij een van de Product Owners ook Vernieuwing in z’n portefeuille heeft. Vernieuwing is namelijk een belangrijk speerpunt voor e-CertNL. De importsystemen CLI, voor de fytosanitair import, en VGC, voor de veterinaire import en import van voedingsmiddelen, dateren nog uit 2001 tot 2003 en zijn End of Life. De berichtenuitwisseling met het bedrijfsleven en de keuringsdiensten is nog gebaseerd op Edifact en zal na verwachting worden overgezet naar het moderne XML. Dit laatste gaat in overleg met de keten omdat het een behoorlijke impact heeft op de aangesloten bedrijven en keuringsdiensten, omdat deze tegelijkertijd naar de nieuwe standaard zullen moeten overstappen.

De vernieuwing betreft niet slechts vervanging, nu er sprake is van een grote inhaalslag, dienen juist een aantal fundamentele vragen beantwoord te worden. Een belangrijke vraag is of import en export nog wel twee verschillende applicaties dienen te zijn? Er is veel overlap bij de verwerking van import en exportaanvragen. Is het niet beter CLI en VGC te vervangen door één modern systeem? Dit geeft voordelen voor het bedrijfsleven, die hoeven maar aan te sluiten op één koppelvlak voor import en export, ook voor de uitwisseling van informatie met Europa (bijvoorbeeld IMSOC). Ook is het hergebruik van functionaliteiten efficiënter en geeft het naast een lagere beheerlast ook betere mogelijkheden tot de integratie van processen.

Een ander belangrijk thema binnen vernieuwing zal zijn de digitalisering van export- en importcertificering. Meer landen zullen benaderd worden om deze te bewegen op e-certificering over te stappen. En middels de Virtual Inspector (VI) zullen steeds meer documenten elektronisch gecontroleerd kunnen gaan worden ter ondersteuning van de inspecteur.

Verbeteringscyclus van e-CertNL

Download deze video
Uitgeschreven tekst

(Een animatie. Beeldtitel: De verbeteringscyclus van e-CertNL.)

RUSTIGE MUZIEK

VOICE-OVER: Je gebruikt e-CertNL als bedrijf, inspecteur of beheerder en je hebt een voorstel voor een functionele verbetering. Dan kun je dat kwijt bij de Change Advisory Board oftewel de CAB. Per sector bestaat deze uit bedrijven, toezichthouders en een productowner. Zij geven advies aan de CDB, oftewel de Change Decision Board. Die bestaat uit een continuïteitsmanager, een specialistisch adviseur en de chief product owner. Zij gaan na wat de kosten zijn van de wens of het binnen de kaders valt en wat de impact zal zijn. Want e-CertNL mag nooit uitvallen of onbereikbaar zijn.

(Een man laat een vrachtwagen stoppen.)

Is de CDB akkoord, dan komt het aan bod in het backlog-overleg.
Hier wordt een concrete oplossing gezocht waarna het wordt opgeknipt en omschreven hoe het zal worden gebruikt.

(Een document.)

De productowner bepaalt de prioriteit van de bouwblokken die worden uitgewerkt in sprints van twee weken.
Blijkt bij het testen dat een functie niet goed werkt gaat het opnieuw naar de ontwikkelaar.
Dit gaat net zo lang door totdat de functie goed is en doorgaat voor acceptatie door de continuïteitsmanager en productowner.
Eenmaal geaccepteerd kan de nieuwe functie in het systeem worden opgenomen.
Daarnaast wordt het gedocumenteerd en zo nodig toegelicht op de site.
De nieuwe functie is nu klaar om door iedereen gebruikt te worden.

(Op een computerscherm staat het woord ‘release’. Een evaluatieformulier gaat naar de CAB. Het beeld zoemt uit en laat het volledige circulaire proces zien. Op een mintgroene achtergrond verschijnt: Meer informatie op e-Cert.nl.)

DE RUSTIGE MUZIEK SPEELT NOG EVEN VERDER EN EBT DAN WEG

(Het Nederlandse wapenschild met daarnaast: Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Het beeld wordt blauw met wit. Beeldtekst: Copyright 2019, NVWA.)

Inhoudsopgave

Organisatie

Inrichting

Publiek-Privaat Partnership (PPP)

Omdat het beheer en de doorontwikkeling van e-CertNL vanuit het bedrijfsleven door een additionele opslag wordt gefinancierd en het bedrijfsleven directe sturing uitoefent op de doorontwikkeling, is er sprake van een publiek-privaat partnership.

Besturing e-CertNL

De besturing van het PPP e-CertNL is belegd bij de Gebruikersraad e-CertNL en wordt uitgevoerd door de NVWA zoals in deze nota is beschreven. Het (financiële) beheer van e-CertNL is binnen de NVWA gesegregeerd.

Gebruikersraad

Voor de meer strategische ontwikkelingen is ten behoeve van e-CertNL voorzien in een Gebruikersraad e-CertNL (verder de Raad). De Raad is de vertegenwoordiger van alle ketenpartners.

De private deelnemers aan de Raad zijn gemandateerde vertegenwoordigers van hun sectoren, zij representeren de betalende gebruikers van de toepassingen. De vertegenwoordigers namens de toezichthouders representeren gezamenlijk alle toezichthouders die gebruik maken van de toepassingen. De kosten voor deelname zijn voor rekening van de vertegenwoordigde partij.

De inrichting is als volgt:

  • twee vertegenwoordigers voor de veterinaire sector,
  • twee vertegenwoordigers voor de fytosanitaire sector,
  • twee vertegenwoordigers van de toezichthouders (BKD, COKZ, evt. Douane, KCB, NAK, Naktuinbouw en NVWA)
  • onder voorzitterschap van de proceseigenaar (NVWA directeur Keuren)
  • de manager e-CertNL (NVWA) is de secretaris.

De Raad vergadert minimaal twee keer per jaar.

Sectorale Change Advisory Boards

Om de kwaliteit van een sectortoepassing in de tijd adequaat te houden en te verbeteren, wordt ten behoeve van de manager e-CertNL per sectortoepassing of cluster van gelijkende sectortoepassingen (gegroepeerd per toezicht- houder/ keuringsdienst) door de sector een sectorale Change Advisory Board (sCAB) ingesteld.

De sCAB stelt verbeteringen voor aan de sectorapplicatie en/of het kernsysteem die door de gebruikers (het bedrijfsleven en toezichthouders) gedragen en geaccepteerd zijn. Afhankelijk van het werkterrein waar de verbeteringen betrekking op hebben, zal de verantwoordelijke Product Owner binnen e-CertNL de gebruikers vertegenwoordigen en het doel, belang en prioritering van deze verbeteringen uitdragen en aangeven.

Deze sCAB vergadert minimaal één maal per jaar, op de agenda staan minimaal de twee onderwerpen:
1. ervaringen over de afgelopen periode en
2. de ontvangen wijzigingsverzoeken.

Vraagsturing

Het DevOps team van e-CertNL ontwikkelt in tweewekelijkse iteraties (sprints) nieuwe software die in principe in productie gebracht zou kunnen worden. Op basis van een zogenaamde geprioriteerde “Product Backlog” worden deze werkzaamheden gepland en in sprints uitgevoerd. In samenspraak tussen onder andere Product Owners, de Change Decision Board (CDB) en de sCAB’s worden op basis van wijzigingsverzoeken inclusief uitgewerkte Business Cases (BC’s) de prioriteiten bepaald. Eindverantwoordelijk voor de geprioriteerde product backlog en planning is de Chief Product Owner (CPO), tevens voorzitter van de Change Decision Board. De geprioriteerde product backlog items en product planning worden in een samenvatting op internet gepubliceerd waarmee in deze PPP samenwerking volledige transparantie wordt bewerkstelligd.

Alle wijzigingsverzoeken gaan langs de sCAB, uitzonderingen hierop zijn wijzigingsverzoeken die gerelateerd aan:

  • Sjablonenbouw, voor het vervaardigen en onderhouden van het juiste template certificaatmodel;
  • Vulling, voor het vastleggen van verklaringsteksten ten behoeve van voorgeschreven certificaatmodellen;
  • Internationaal, gerelateerd aan internationale ontwikkelingen en wetgeving;
  • Functionele verbeteringen die benodigd zijn vanuit een achterliggende technische wens om de inrichting van e-CertNL systemen te wijzigen.

Deze wijzigingsverzoeken worden rechtstreeks door het Change Decision Board in behandeling genomen en indien gehonoreerd op de product backlog van het DevOps team geplaatst voor uitvoering. Indien bij uitvoering van wijzigingsverzoeken veranderingen in scope noodzakelijk zijn, dienen die wederom aan het CDB te worden voor-
gelegd ter beoordeling en besluitvorming.

Schematische weergave van de fases in Vraag, Sturing en Uitvoering.

Gebruikersraad

De manager e-CertNL maakt in de Raad de benutting van het (adaptief) sectorale onderhoudsbudget en de prestaties van het systeem inzichtelijk en legt ter accordering een jaarplan voor.

De Raad beslist in consensus over de adviezen voor doorontwikkeling van e-CertNL en de jaarplannen. Jaarplannen worden op abstractie geschreven en gedurende het jaar in de kwartalenplanning verder uitgewerkt en daarna op de product backlog opgenomen en in de vorm van epics en user stories.

Alle onderwerpen die verband houden met het continu optimaliseren van administratieve import-exportprocessen voor landbouwgoederen op juistheid, tijdigheid en efficiëntie kunnen door de Raad worden geagendeerd.

Gelet op de aard van de certificering en de beleidsmatige verantwoordelijkheid daarvan staat de Raad onvoorwaardelijk onder voorzitterschap van de NVWA. Hoewel de adviezen van de Raad zwaarwegend zijn, zijn zij niet bindend voor de e-CertNL Beheerorganisatie.

Sectorale Change Advisory Boards

De door de sCAB uitgewerkte wijzigingsverzoeken inclusief business cases worden aan de toegewezen product owner NVWA aangeboden. Na beoordeling door de Change Decision Board op scope, waardecreatie, maakbaarheid en haalbaarheid zal of gegund worden of gemotiveerd afgewezen worden. Gehonoreerde wijzigingsverzoeken worden op de product backlog geplaatst voor uitvoering.

Taken

  • Wijzigingsverzoeken afstemmen (vraagarticulatie en vraagspecificatie)
  • Wijzigingsverzoeken invullen (conform sjabloon) en indienen bij de Product Owner
  • Valideren impactanalyse en oplossingen aangedragen door e-CertNL

De samenstelling en vergaderfrequentie van de sCAB zijn een verantwoordelijkheid van de overkoepelende organi-
saties en de aangesloten bedrijven. Vergaderingen van de sCAB vinden op wisselende locaties in onderling overleg plaats. De minimale rollen zijn:

  • Voorzitter bij voorkeur vanuit het bedrijfsleven.
  • Secretaris bij voorkeur vanuit de betrokken toezichthouder.
  • Leden vanuit het bedrijfsleven en toezichthouder.
  • Een Product Owner e-CertNL.

De Product Owner heeft in de sCAB een toelichtende, informerende en adviserende rol. De NVWA vaardigt daartoe maximaal één keer per jaar de Product Owner af. Deelname aan deze board/commissie is voor rekening van de afvaardigende partij.

ProductToelichtingWieFrequentie
MeerjarenbeleidsinformatieplanMeerjarenvisieManager e-CertNL, GebruikersraadJaarlijkse update
Jaarplan Vernieuwing processenManager e-CertNL,
in de keten Gebruikersraad
Jaarlijks
Kwartalenplanning Op basis van jaarplannen een geactualiseerde rolling forecast over 5 kwartalen ten aanzien van
de verwachte werkzaamheden
Manager e-CertNL, sCAB’sElk kwartaal
WijzigingsverzoekResultaat vraagarticulatie in een specificatie, business casesCAB, CDB
ImpactanalyseAnalyse kosten, baten, risico’s. Beoordeling/advies impact ten behoeve van besluitvormingPO, AdviseursPer wijziging
Wijzigingen-administratieOverzicht uitgevoerde en uit te voeren wijzigingensCABBij mutaties
BesluitBesluitvorming en communicatie wijzigingsvoorstel PO, CDB, Continuïteitsmanager
Wijzigingenkalender Planning wijzigingen Continuïteitsmanager Wekelijks bijgewerkt
en gepubliceerd

Uitvoering

Het DevOps team e-CertNL is een multidisciplinair team dat volledig verantwoordelijk is voor zowel het beheer als het continue doorontwikkelen van de informatievoorzieningen van e-CertNL. In tweewekelijkse sprint worden wijzigingen doorgevoerd die in principe tot in Productie doorgevoerd kunnen worden. Op basis van een geprioriteerde Product Backlog en Product Planning worden deze werkzaamheden in deze sprints verricht. Als lid van het DevOps team en namens de business ondersteunen Product Owners het team in het tot stand brengen van een nieuw increment dat voldoet aan de vooraf gestelde eisen (Definition of Done).

Stroomschema van de opeenvolgende stappen in het ontwikkelproces.

Alle Epics en User Stories op de Product Backlog zijn herleidbaar (gelabeld) tot een geaccordeerde wijzigings- voorstel binnen een van de werkgebieden binnen e-CertNL en dus toegewezen aan een Product Owner. De Product Owner is eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van de Epics en User Stories.

Aan het eind van elke sprint, na de Sprint demo en nadat is vastgesteld dat het geleverde product increment het gewenste resultaat is, volgt de Oplevering in Productie. Het moment van Aflevering daarna, dat is de daadwerkelijke activatie van de opgeleverde nieuwe functionaliteit in Productie, wordt afgestemd met de belanghebbende ketenpartners. Hierbij is het van belang dat aan alle randvoorwaarden voor het doorvoeren van de wijziging en de formele in beheername is voldaan. Voor de Oplevering is de Continuïteitsmanager eindverantwoordelijk, zie ook het volgende hoofdstuk. Voor de Aflevering, het moment van activatie in Productie, is de Chief Product Owner eindverantwoordelijk. De betrokken Product Owner zal in de betrokken sCAB de geactiveerde nieuwe functionaliteit evalueren.

Product Toelichting Wie Frequentie
Product Vision Vision met daarin business doelen en business vereisten beschreven
PO’s, CPO Variabel
Product Backlog Geprioriteerde backlog met werkzaamheden beschreven in Epics en User Stories
DevOps team, PO’s, CDB, CPOTweewekelijks, in samenvatting gepubliceerd
Epics en User Stories Beschrijvingen van features vanuit
het oogpunt van een eindgebruiker.
User stories worden gebundeld in Epics.
PO’s, DevOps team Dagelijks bijgewerkt
Product Planning Lange termijn planning van Epics over meerdere sprints heen. Zorgt
voor samenhang in de tijd.
PO OverlegTweewekelijks

Verantwoordelijkheden

In het volgende tabel worden de functies en verantwoordelijkheden (RASCI: Responsible, Accountable, Supportive, Consulted, Informed) uiteengezet tegen het proces van onderhoud en vernieuwing:

Onderhoud & vernieuwingsCABProduct ownersContinuïteits-managerAdviseursCDB, Chief Product ownerDevOps
Vraag1 ArticulatieR, ASII
2 SpecificatieR, ASICI
Sturing3 ImpactACRIC
4 BesluitIRCCAI
Uitvoering5 Backlog (prioritering)IC (prio)CCA (prio)R
6 Epics, user storiesACR
7 SprintsAIIR
8 OpleveringIRAICC
9 Aflevering (distr.)SRIIAI

R = Responsible
A = Accountable
S = Supportive
C = Consulted
I = Informed

Inhoudsopgave

Continuïteitsmanagement

Continuïteitsmanager

De continuïteitsmanager is vanuit e-CertNL operationeel verantwoordelijk voor het zoveel mogelijk voorkomen (van kansen op) en beperken van discontinuïteit van de bedrijfsprocessen in de agrosector die afhankelijk zijn van de informatievoorziening van e-CertNL. Het is het voorzien in continuïteit van de bedrijfsprocessen door zorg te dragen voor continuïteit van de informatievoorziening en de aanwezigheid van adequate maatregelen die, binnen gestelde tijd en kwaliteit, zorgen voor de adequate werking van de informatiesystemen, ook in geval van uitzonderlijke omstandigheden. Bij het wijzigen van de informatievoorziening (bij de zogenaamde Oplevering) is de Continuïteitsmanager eindverantwoordelijk voor een geplande en beheerste uitvoering van het transitietraject (change).

De activiteiten binnen continuïteitenmanagement voor e-CertNL zijn binnen BiSL gerelateerd aan Gebruiksbeheer:

  • Gebruikersondersteuning
  • Beheer bedrijfsinformatie
  • Operationele ICT-aansturing

Door in dit hoofdstuk Continuïteitsmanagement centraal te stellen wil e-CertNL het belang daarvan onderstrepen: continuïteit van de e-CertNL dienstverlening heeft de hoogste prioriteit, wijzigingen (Opleveringen) worden niet geïmplementeerd tenzij middels een goed onderbouwde Impact Analyse en een duidelijk Implementatieplan aangetoond wordt, gevalideerd in Acceptatie, dat de transitie in Productie ordentelijk en volgens plan zal verlopen.

ProductToelichting Wie Frequentie
Statusrapportage e-CertNLOverzichten beschikbaarheid e-CertNL systemen, integriteit omgeving, aantallen wijzigingen, aantallen incidenten en afhandeling klachten.ContinuïteitsmanagerMaandelijks

Gebuikersondersteuning

De ondersteuning vindt plaats naar verschillende soorten gebruikers.

  • Bedrijfsleven, Ict afdelingen bedrijven/Softwarebedrijven.
  • Interne medewerkers(NVWA)/Inspecteurs, Vullers en Sjabloonbouwers.
  • Keuringsinstanties (helpdesk), Brancheorganisatie, Rijksoverheid organisaties en andere Autoriteiten, en management NVWA/e-CertNL.

Voor het bedrijfsleven is de 1e lijnsondersteuning in principe ingericht via de helpdesken van de sector waar het bedrijf een aanvraag indient. De helpdesk is hier verantwoordelijk voor de communicatie, inhoudelijke ondersteuning en gebruik van e-certNL voor deze sector. Daarnaast voor het doorgeven van knelpunten en calamiteiten naar operationeel applicatiebeheer. Wanneer de 1e lijnsondersteuning hulp nodig heeft wordt de 2e lijnsondersteuning operationeel applicatiebeheer benaderd. Operationeel applicatiebeheer verzorgt de afhandeling van de informatievragen, klachten en verstoringen richting de 1e lijnsondersteuning. De 1e lijnsondersteuning communiceert terug naar de gebruikers.

Operationeel applicatiebeheer biedt ook directe ondersteuning en communicatie aan de gebruikersorganisatie over storingen, geplande wijzigingen en het gebruik van de e-CertNL informatievoorziening.

Beheer bedrijfsinformatie

Het proces beheer bedrijfsinformatie richt zich op een correcte opzet en inhoud van de gegevens in de informatievoorziening (en dus ook in de informatiesystemen). Het gaat daarbij onder andere om het beheer van centrale tabellen, om bewaking op een juiste hantering van het bedrijfsinformatiemodel, om het treffen van maatregelen om de gegevenskwaliteit te garanderen en om het verstrekken van ad hoc gegevens en managementinformatie. e-CertNL heeft speciaal voor managementinformatie een applicatie Rapportage tool (RAP) gemaakt deze is beschikbaar voor het management, eenmalige en specifieke informatie kunnen geleverd worden.

e-CertNL heeft met Dienst ICT Uitvoering (DICTU) diverse monitoring middelen waarbij maandelijks rapportages worden aangeleverd over beschikbaarheid van de applicatie, kritieke verstoringen en de projecten van e-CertNL.

Bedrijfsinformatie wordt uitsluitend op basis van een overeengekomen Gegevenslevering overeenkomst (GLO) aan externe partijen ter beschikking gesteld. De proceseigenaar is eindverantwoordelijk voor de af te sluiten GLO’s.

Operationele ICT-aansturing

Het proces operationele ICT-aansturing vormt de operationele aansturing van DICTU. Deze aansturing vindt plaats binnen de kaders zoals die vanuit processen op richtinggevend (mantelovereenkomsten) en sturend (contracten
en SLA’s) niveau worden gedefinieerd.

Het werkproces e-CertNL is DevOps gericht op basis van eisen vanuit de bedrijfsprocessen ten aanzien van de aspecten beschikbaarheid, capaciteit en continuïteit worden opdrachten verstrekt en wordt de dienstverlening van DICTU bewaakt.

Operationeel applicatiebeheer stelt eisen, meet, rapporteert en bewaakt hierbij de correcte werking van de e-CertNL systemen teneinde de informatievoorzieningsprocessen in de gebruikersorganisatie mogelijk te maken. Dit proces is het eenduidig aanspreekpunt van DICTU op operationeel niveau.

De Release Train Engineer is verantwoordelijk voor de dienstverlening van DICTU. Hij zorgt ervoor dat verzoeken/diensten op de juiste plek in de DICTU organisatie worden belegd en bewaakt dat verzoeken/diensten volgens afspraak en van voldoende kwaliteit worden uitgevoerd. Tevens neemt hij bij calamiteiten van e-CertNL binnen de DICTU organisatie de regie waar.

De Product Owner is verantwoordelijk voor het laten realiseren van software producten en het onderhoud op de producten. Hij zorgt dat de producten overeenkomstig de specificaties, kwaliteit en op tijd worden geleverd.
Het DevOps team is verantwoordelijk voor de realisatie van software producten en het uit te voeren onderhoud op de producten. Het DevOps team zorgt dat de producten overeenkomstig de user story’s (inclusief Definition of Done) en gebruikersinbreng worden geleverd.

Inhoudsopgave

Relaties

Vulling

De vulling omvat alle activiteiten die noodzakelijk zijn om de verklaringsteksten in de tabel “eisen en dekkingen” vast te leggen en de vulling te presenteren in het voorgeschreven certificaatmodel.

De vulling van alle sectortoepassingen, fytosanitair en veterinair, is bij CoA belegd. Naast de NVWA draagt ook het COKZ verantwoordelijkheid voor een deel van de vulling; dat deel van de vulling wordt door het COKZ zelfstandig verzorgd.

  • De veterinaire bindende verklaringsteksten worden door Keuren T&O O&O team import & export beoordeeld en gevalideerd, veterinaire verzoekteksten worden in gelijke omstandigheden door CoA hergebruikt.
  • De fytosanitaire vulling wordt door HH R&E team Fyto gevalideerd. De fytosanitaire vulling voor de KCB wordt onder verantwoording (beoordeling en validatie) van Divisie L&N door CoA gedaan.
  • De veterinaire vulling wordt daarnaast gepubliceerd in een web-based applicatie Import Veterinair Online (IVO).

In situaties waarin de content niet volgens het opgestelde handboek kan worden vastgesteld, nemen de vullers het initiatief tot afstemming. De vullers beoordelen de door sjablonenbouw opgeleverde templates en accepteren deze als het template na test tegen de relevante vulling het afgesproken resultaat oplevert. De inhoudelijke afstemming gebeurt met team import & export en team fyto. Indien de vulling aanpassingen aan de vulstrategie vergt, nemen de vullers contact op met de gegevensmodelbeheerder. Een bijzonder aandachtspunt is de mate van detail waarin de vulling wordt vastgelegd. Gewaakt moet worden dat er disproportioneel tijdsbesteding plaatsvindt ten opzichte van gerealiseerde handelsstromen.

De vullers informeren bij beëindiging, wijziging en toevoegingen van verklaringsteksten, eisen en/of dekkingen de helpdesk, het team import & export en team fyto en de sjablonenbouwer. Het hoofd CoA is verantwoordelijk voor de inhoud van de vulling en daarmee voor de juiste werking van dat deel van het systeem dat middels vulling gestuurd wordt (Eisen & Dekkingen en sjablonen). Zij bewaakt de voortgang en afstemming en zij ziet toe op de toepassing van de voorgeschreven vulstrategie.

De vullers leggen verantwoording af aan de teamleider CoA. De teamleider CoA legt verantwoording af aan het hoofd CoA. Het hoofd CoA rapporteert mogelijke ontwikkelingen die wijzigingen voor e-CertNL betekenen aan de manager e-CertNL.

Sjablonenbouw

Onder sjablonenbouw wordt het vervaardigen van het juiste template certificaatmodel bedoeld. In het sjabloon moeten de partijgegevens en de verklaringsteksten op de juiste overeengekomen of gestandaardiseerde wijze worden gepresenteerd. Publicatie van het certificaat door middel van elektronisch certificeren gebeurt door middel van het internationaal gestandaardiseerd bericht. Sjablonenbouw heeft een sterke doelmatigheid paradox, enerzijds is er een behoefte aan minimale beheerlasten en anderzijds is er behoefte aan complexiteitsreductie. De sjablonen worden in eigen beheer bij CoA gebouwd en beheerd.

De sjablonenbouwer krijgt de specificaties aangereikt van de vullers en stemt nieuwe functionaliteit af met de gegevensmodelbeheerder. De vullers beoordelen de opgeleverde templates en accepteren deze als het template na test tegen de relevante vulling het afgesproken resultaat oplevert. Het inhoudelijk verantwoordelijke team import & export of team Fyto team valideren het resultaat. Wijzigingen worden pas doorgevoerd na instemming van de betrokken toezicht-
houder.

Helpdesk

Ter ondersteuning van de toezichtuitvoering en het bedrijfsleven heeft elke toezichthouder (BKD, COKZ, KCB, NAK, Naktuinbouw, RVO en NVWA) een (eerstelijns) helpdesk e-CertNL ingericht. De helpdesk ondersteunt de gebruikers in het bedrijfsleven en de certificerende ambtenaren bij het gebruik van de specifieke sectortoepas- singen bij technische en functionele vragen.

DICTU

DICTU is verantwoordelijk voor de instandhouding, het beheer, het onderhoud van de technische infrastructuur, toepassingsprogrammatuur en de gegevensverzamelingen. De aansturingrelatie van DICTU is binnen de NVWA bij de afdeling IM belegd. De NVWA is verplicht gebruik te maken van de DICTU dienstverlening. Gezien het tijd- en bedrijfskritische karakter van de e-CertNL applicaties is minimaal ondersteuning op basis van basis 24+ noodzakelijk. De aansturing door NVWA IM gebeurt zakelijk en resultaatgericht. Daarbij is de Dienstverleningsovereenkomst (DVO) leidend waarin de afspraken over tijdigheid, prijs/kwaliteit, first time right en andere kwaliteitsparameters SMART zijn beschreven.

De manager e-CertNL moet door de Release Train Engineer en de Continuïteitsmanager geïnformeerd worden met betrekking tot de klantrapportages en alle productieverstorende en blokkerende incidenten.

De tarieven van de DICTU worden jaarlijks door de SG EZK vastgesteld. NVWA is verplicht de ICT-diensten bij de DICTU af te nemen. Als gevolg daarvan draagt NVWA geen verantwoordelijkheid voor de doelmatigheid van de inzet van de DICTU. Met de introductie van DevOps zal de financieringsstructuur mogelijk wijzigen.

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)

De webschermen van e-CertNL worden via het Toegang Voorziening Systeem van de RVO ontsloten. Om gebruik te kunnen maken van de TVS is een eHerkenning-middel niveau 3+ noodzakelijk.

Voor problemen met “mijn RVO” is er een helpdesk (front-office). DICTU verzorgt ook voor de RVO het technisch applicatiebeheer en infrabeheer. De RVO levert via de Centrale Gegeven Ontsluiting en het Digitaal Dossier gegevens aan e-CertNL voor het toezicht op levende dieren bij export en gegevens voor de controle op mesttransporten.

Douane

De douane speelt naast de NVWA een belangrijke rol in het toezicht op de grenspassage van landbouwgoederen.
Voor de verdere optimalisatie van die grenspassage is intensieve samenwerking met de Douane een vereiste.
De Douane beheert voor de importtoepassingen binnen e-CertNL de handleiding van het berichtenboek (Message Implementation Guide). In deze handleiding kunnen automatiseringsbedrijven lezen hoe zij hun dienstverlening op douane en NNWA bij import kunnen laten aansluiten. Daarnaast vindt er bij import ook nog een geautomatiseerde controle plaats tussen het douane systeem AGS en de import applicaties VGC en CLI. Als de veterinaire- of fytosanitaire aangifte ten invoer in AGS aangeboden wordt zal er een controle bericht naar de import applicaties gestuurd worden waarin het product, hoeveelheid, certifica(a)t(en) en land van oorsprong gecontroleerd tegen de aangifte in VGC en CLI. Als deze overeenkomen kan de aangifte ten invoer afgerond worden.

Inhoudsopgave

Financiën

Uit de financiering van e-CertNL blijkt duidelijk het publiek-private karakter. Na afronding van de initiële ontwikkelingen financiert het bedrijfsleven door middel van een tarief het beheer en doorontwikkeling.

De manager e-CertNL ontvangt maandelijks automatisch overzichten van de aantal opgemaakte certificaten. De verzamelfactuur wordt ter beschikking gesteld aan NVWA debiteurenbeheer die de facturen controleert, verstuurt en incasseert. De manager e-CertNL verdeelt de geïnde opslag over de verschillende doelen volgens de met de sector overeengekomen methodiek en houdt daarvan een overzicht bij. Gemaakte kosten ten behoeve van adaptief onderhoud en doorontwikkeling worden door de manager e-CertNL ten laste van de reserveringen gebracht.
De manager e-CertNL stuurt na verwerking periodiek een overzicht van het resterende budget aan de afdeling Concern Controle.

Het beheer van e-CertNL is, als blijkt uit de nota “herijking tarief CLIENT Export en beoordeling doelmatigheid beheer, Inspearit 2012”, kostendekkend op basis van de huidige opslag met een jaarlijkse indexatie van 2,7%. Het onderzoek van Baker Tilly & Berk heeft dit in 2016 nogmaals bevestigd.

De manager e-CertNL is als eerste aanspreekbaar voor de huidige en toekomstige werking van e-CertNL. In het Dossier Afspraken en Procedures (DAP) staan alle operationele afspraken tussen de sector, de toezichthouder en de beheerorganisatie e-CertNL. De manager e-CertNL fungeert als opdrachtgever naar alle uitvoerende partijen. De manager e-CertNL is verantwoordelijk voor de financiële rapportage aan stakeholders binnen en buiten de overheid.

Inhoudsopgave

Communicatie

De communicatie over en rondom e-CertNL wordt verzorgd middels verschillende (elektronische) media. Voor algemene voorlichting over het waarom, wat en hoe zijn films beschikbaar op de NVWA (www.e-cert.nl) website voor zowel de operationele als technische aspecten van e-CertNL.

Ontwikkelingen rondom e-CertNL worden verspreid via nieuwsbrieven op NVWA website en de relevante websites van (mede)toezichthouders. Eerst aangewezen verantwoordelijke zijn de betrokken proceseigenaren; daarnaast kan ook de manager e-CertNL items aanreiken.

Bijlage: Overzicht functies

BiSL is door de NVWA als model gekozen voor de inrichting van het Functioneel Beheer en Informatiemanagement. Onderstaande functies sluiten aan bij dit BiSL-model; echter, met de introductie van DevOps is dit aan verande-
ringen onderhevig.

Proceseigenaar

De proceseigenaar is eindverantwoordelijk voor een juiste inrichting en uitvoering van het proces bij export, import
en mesttransport. De proceseigenaar is zodoende verantwoordelijk voor de inhoud en vorm van de certificaten die met behulp van e-CertNL worden vervaardigd. De proceseigenaar e-CertNL Beheer beslist over de verstrekking van gegevens en sluit daartoe met de externe partijen gegevensleveringsovereenkomsten af.

Manager e-CertNL

De manager is verantwoordelijk voor de prestaties, integriteit en doorontwikkeling van de e-CertNL systemen. Hij is verantwoordelijk voor de governance en de financiën en (internationale) doorontwikkeling. De manager e-CertNL is bevoegd de uit de opslag e-CertNL gecreëerde budgetten in te zetten om de noodzakelijke of benoemde resultaten te boeken. De manager e-CertNL is tevens de Chief Product Owner en namens de proceseigenaar gedelegeerd systeemeigenaar. Hij is bevoegd de samenstelling van zijn team binnen de beschikbare middelen te wijzigen om benoemde resultaten te behalen. Hij is als Manager e-CertNL opdrachtgever van het wijzigingsproces, en als Chief Product Owner bevoegd, in afstemming met de betrokken Product Owners, tot (her)prioriteren van backlog items.

De manager e-CertNL is verantwoordelijk voor de prestaties, integriteit en (internationale) doorontwikkeling van de e-CertNL systemen. Hij is verantwoordelijk voor de governance, voor de financiën en is als budgethouder voor exploitatie en doorontwikkeling bevoegd de uit de tarieven gecreëerde budgetten in te zetten om de noodzakelijke of benoemde resultaten te boeken. De belanghebbende marktpartijen financieren de beheerorganisatie en de doorontwikkelingen door een additioneel tarief voor het gebruik van e-CertNL. De manager e-CertNL is als budget-
houder aangewezen en verantwoordelijk voor de doelmatigheid enerzijds en kostendekkendheid anderzijds. De manager e-CertNL is daarmee de verbinder naar de directies van de toezichthouders, de bestuurders van de sectorvertegenwoordigingen voor de werking van het systeem en de internationale competente autoriteiten op het gebied van elektronische gegevensuitwisseling. De manager e-CertNL initieert, beheert en evalueert daartoe Service Level Agreements en initieert per toezichthouder een Dossier Afspraken en Procedures (DAP).

Chief Product Owner

De Chief Product Owner (CPO) is eindverantwoordelijk voor de geprioriteerde backlog en is tevens voorzitter van de Change Decision Board (CDB). In samenspraak met o.a. de PO’s, het CDB en de sCAB’s worden de wijzigingsverzoeken beoordeeld en prioriteiten bepaald. Beoordeeld wordt of wijzigingsverzoeken passen binnen de verantwoordelijkheden van e-CertNL, of wijzigingsverzoeken voldoende zijn uitgewerkt voor een impact analyse, en na analyse of deze kunnen worden gegund. Bij gunning worden wijzigingsverzoeken geprioriteerd aan de backlog van e-CertNL toegevoegd.

De CPO stemt in de rol van Manager e-CertNL issues met betrekking tot het systeem af met sectorvertegenwoordigingen, toezichthouders, partners aan de buitengrens de relevante beleidsdirecties van de ministeries, internationale competente autoriteiten, proceseigenaar, gegevensmodelbeheerder en operationeel applicatiebeheer. In acute situaties en bij onvoldoende voortgang escaleert de manager e-CertNL zelfstandig naar de directie van DICTU.

Continuïteitsmanager

De continuïteitsmanager is vanuit e-CertNL operationeel verantwoordelijk voor het zoveel mogelijk voorkomen (kansen op) en beperken van discontinuïteit van de bedrijfsprocessen in de agrosector die afhankelijk zijn van de informatievoorziening van e-CertNL. Bij het wijzigen van de informatievoorziening is de continuïteitsmanager eindverantwoordelijk voor een geplande en beheerste uitvoering van het transitietraject (change).

Product Owner

De Product Owner (PO) is namens de Chief Product Owner (CPO) verantwoordelijk voor een deel van de informatievoorziening. De PO is verantwoordelijk voor het katalyseren van de vraag bij de gebruikers (vraagarticulatie) en ondersteunt bij de specificatie van deze vraag in de vorm van user stories. De PO begeleidt de realisatie in het DevOps team als adviseur. Na oplevering beoordeelt de PO het resultaat en na goedkeuring implementeert de PO de nieuwe gevraagde aanpassing bij de verzoeker.

Adviseur

Binnen het team werken diverse adviseurs. De adviseurs assisteren de (chief) product owner bij de impactanalyse van wijzigingsverzoeken en beheren de technologische modellen en architecturen. Zij ondersteunen Operationeel Applicatiebeheer bij complexe verstoringen en complexe bevragingen van het systeem. Zij verzorgen (on)gevraagd inhoudelijke en managementrapportages over e-CertNL ten behoeve van sturing van de systemen en de ontwikkeling en evaluatie van het toezicht bij de export en import van landbouwgoederen en mesttransporten.

DevOps team

In samenwerking met DICTU is het DevOps team volledig verantwoordelijk voor de instandhouding van e-CertNL, zowel voor het beheer als voor het continue ontwikkelen van de e-CertNL systemen. Development en Operations in één team gericht op snelheid en daadkracht. Het is een multidisciplinair (Scrum) team dat bestaat uit Product Owners (per werkterrein), een Scrum Master, Informatie Analisten, Ontwerpers, Ontwikkelaars, Testers, Quality control en Operationeel Applicatiebeheerders.

Operationeel Applicatiebeheer

Operationeel applicatiebeheer is operationeel verantwoordelijk voor de instandhouding en documentatie van e-CertNL, Operationeel Applicatiebeheer ziet daartoe toe op het geplande en gepleegde onderhoud door DICTU. Daarnaast functioneert Operationeel Applicatiebeheer als functioneel tester, tweedelijns helpdesk, verzorgt zij het call-beheer en heeft de regie over het incidentmanagement. Tevens zijn de coördinerende en uitvoerende taken van het change/releasemanagement onderdeel van Operationeel Applicatiebeheer. Operationeel Applicatiebeheer beheert de elektronische berichten en geautomatiseerde koppelingen met andere systemen.

Quality Control

Quality Control is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de door het DevOps team opgeleverde producten. Als lid van het DevOps team zet Quality Control testers in voor het testen van increments die voldoen aan de vooraf gestelde eisen (Definition of Done). Bij de oplevering en aflevering van een increment is Quality Control verantwoordelijk voor het Acceptatietesten (FAT en GAT), hierbij wordt Operationeel Applicatiebeheer en de Continuïteitsmanager betrokken.

Release Train Engineer

De Release Train Engineer is verantwoordelijk voor de dienstverlening van DICTU. Hij zorgt ervoor dat verzoeken/diensten op de juiste plek in de DICTU organisatie worden belegd en bewaakt dat verzoeken/diensten volgens afspraak en van voldoende kwaliteit worden uitgevoerd. Tevens neemt hij bij calamiteiten van e-CertNL. binnen de DICTU organisatie de regie waar.

Scrum Master

De Scrum Master zorgt ervoor dat binnen het DevOps team de scrum methodiek op basis van sprints in goede banen wordt geleid. De Scrum Master coacht het zelfsturende DevOps team en is verantwoordelijk dat het scrum proces goed wordt toegepast. De Scrum Master is niet inhoudelijk verantwoordelijk voor waaraan wordt gewerkt, dat is de Product Owner. De Scrum Master faciliteert vergaderingen en regelt benodigde voorzieningen ten behoeve van het scrum team.

Inhoudsopgave